Project “Help Jaap z’n oude fiets de winter door”

Van Jaap Snijders kreeg ik voor mijn verjaardag zijn oude fiets.

Zo zag 'ie eruit in de folder.

Zo zag ‘ie eruit in de folder.

Dat klinkt heel raar, maar het is anders dan je denkt. Vanaf het moment dat ik dat ding voor het eerst zag dacht ik “als je deze vervangt wil ik ‘m!”. Het ging om een Sparta Argeon, een serieuze hybride/trekkingfiets. Bijzonder vormgegeven aluminium frame met hoge stijfheid, met zorg gebouwd en compleet Shimano Deore afgemonteerd.

We zijn nu een jaar of zeven later. Jaap had intussen weer een nieuwe fiets via het werk-fietsenplan uitgezocht (een Giant met dikke alu buizen en ballonbanden en een drager vóór en achter), maar hij reed nog op zijn Sparta. Tot die Sparta een lekke voorband kreeg, en hij ontdekte dat die Giant toch ook veel lekkerder fietste dan ‘ie had gedacht.

En op mijn verjaardag werd die Sparta van mij. Compleet met lekke voorband.
En zeven jaar achterstallig onderhoud. Terwijl de fiets dagelijks gebruikt werd, voor woon/werkverkeer en om boodschappen mee te doen (we hadden Jaap een paar fietstassen cadeau gedaan, en die zijn goed gebruikt).

En zo zag 'ie eruit toen ik 'm kreeg.

En zo zag ‘ie eruit toen ik ‘m kreeg.

Er was niet heel veel meer dat werkte aan die fiets. Ik klaag niet, want ik wist het vantevoren, en toch was ik er hardstikke verguld mee. Doe mij een fiets met een Shimano Nexus versnellingsnaaf en rollerbrakes en ik voel me een Neanderthaler, maar geef me een setje tandwielen en derailleurs en velgremmen en je hebt geen kind meer aan me. Ik heb zo rond 1980 van Joop van Rossem, ex-renner en nog-steeds-elitaire-racefietsen-handelaar die nu in Wateringen zit, maar toen zijn nering dreef aan de Rijswijkseweg in Den Haag, aan wegracefietsen leren sleutelen (en ook wat boeken en door Joop van Rossem gedoneerde Shimano service manuals verslonden over het onderwerp), en ik heb in die tijd vanaf sloophoogte (een frame, een paar kale wielen en een bak vol onderdelen) drie fietsen voor mezelf, één voor mijn toenmalige vriendin, en eentje voor een andere vriendin gebouwd. En daarna nog eentje voor mezelf en eentje voor Janny. Dus dat snap ik wel, dacht ik. En het gereedschap had ik nog, dacht ik.

Vol goede moed ging ik aan de slag.

Het eerste dat opviel is dat de derailleurs van geen kanten meer schakelden. Dat was niet gek; die dingen hadden zeven jaar lang van allerlei ongerechtigheden (drek, pekel, bladeren, hondenhaar, duiven, kamelen) verzameld. De ketting was voor een substantieel deel ambachtelijk roestbruin, de tanden op het tandwielsetje achter waren compleet opgevreten, evenals het middelste (meest gebruikte) voorblad. Op (en in) de derailleurs en de remmen zat zoveel bagger dat je het merk niet eens meer kon zien, en al die bagger blokkeerde ook de zijwaartse bewegingen die die dingen moeten maken om daadwerkelijk te kunnen schakelen cq remmen.

SONY DSC

Kun je nog zien wat voor derailleur dit is? Ik alleen omdat ik het wist… het is een Shimano Deore.

20160102_131948

Let ook even op de ambachtelijk-roestbruine kleur van de ketting, en het professioneel gerestaureerde kettingscherm.

20160102_132036

Ook de stuurbekleding heeft zijn beste tijd gehad. En zijn iets minder goede tijd ook… hij is intussen begonnen aan zijn slechte tijd.

20160102_132140

De remblokken vóór waren nagenoeg ontdaan van enige remvoering. Nog een halve millimeter en remmen was een kwestie geweest van aluminium op aluminium. Gelukkig ging de voorband nèt voor die tijd lek.

Genoeg ellende. Geloof het of niet, ondanks dit alles verkeerde de fiets in opmerkelijk goede staat! Een snelle inventarisatie: nieuwe ketting, nieuwe tandkrans achter, in elk geval het middelste kettingblad vóór, nieuwe remblokken, kabels, nieuwe buiten- en binnenband voor, controle wiellagers, trapaslager en balhoofdlager, nieuwe snelbinders en nieuw kettingscherm. Oja, en een nieuw slot.
Moet allemaal kunnen voor onder de tweehonderd euro, en dat is het ding dubbel en dwars waard!

20160105_203847Het spel kan op de wagen, en de fiets mag naar de Intensive Care-afdeling.

De voorband was zo gepiept. Nieuwe buiten- en binnenband. Voor de buitenband had ik een Schwalbe Marathon Plus bedacht. Volgens alle onafhankelijke tests de beste bad in deze maat: alleen met grote kracht lek te krijgen, en toch weinig rolweerstand. Is wel een tientje duurder, maar ik haat lekke banden. Haat haat haat.

Het nieuwe slot (een Axa Defender) zat er ook zo op. Opvallend was dat het oude slot (af-fabriek!) zich zonder enige moeite, WD40 en/of cola liet demonteren! Iemand heeft dat ding met liefde in elkaar gezet – op de boutjes zat blank vet! Wow… dat gaat zo terug (ik had nog een potje Campagnolo-vet van minstens dertig jaar oud staan, en er stond geen UHT op, ha).

De ketting en met name de tandkrans achter boden weerstand. De oude ketting zou er zo af zijn geweest, als ik mijn kettingpons had kunnen vinden.
Ik had al mijn fietsgereedschap gevonden, behalve die kettingpons. Ik wist precies waar ‘ie anderhalf jaar geleden lag. Maar ja, in de tussentijd zijn we verhuisd…

20160102_132009

Voor de ingreep…

De tandkrans achter speelde ook niet leuk mee. Ten eerste heb je, om een negenblads tandkrans van dit millennium te (de)monteren, ander gereedschap nodig dan ik in de jaren tachtig gebruikte voor een zesblads-tandkrans. Eén van de twee gereedschappen is hetzelfde, dat is een sleutel met daarop een stukje fietsketting, om het tandwielkransje tegen te houden als je de borging (in de richting van het freewheel, dus tegen de klok in) losdraait. Alleen waren alle tandwieltjes zo versleten dat die ketting er gewoon overheen liep… *zucht*.

In de tussentijd had ik me ook al zorgen gemaakt over de bracketas-lagers, de balhoofdlagers en de wiellagers. Dat bleek nergens voor nodig. Bracket- en balhoofdlagers zijn een gesloten systeem dat heel erg lang meegaat, en de wiellagers waren nog nagenoeg perfect. Zoveel kilometers reden we in de tachtiger jaren volgens mij niet met een setje lagers. Het achterwiel had een minuut of wat nodig om het zwaarste punt van het wiel te vinden, en het voorwiellager bood minder weerstand dan de naafdynamo die in de naaf verwerkt zit, en die ook nog als nieuw loopt.

20160115_110916

… en na de ingreep!

Goede raad is niet heel duur. Ik nam het achterwiel met daarop de oude tandkrans mee naar Bike Center in Woerden (waar ik al eerder wat boodschappen had gedaan), en tien minuten later zat het nieuwe kransje erop. Ik stond nog wat in de winkel om me heen te kijken na het afrekenen van de kettingpons en nog wat klein grut (voor dat demonteren van de oude spullen en het monteren van het nieuwe setje lieten ze me niet betalen), terwijl het wiel allang op me stond te wachten bij de kassa!

Tevens vertelden ze me dat van de drie tandwielen vóór er eentje helemaal op was (de middelste), maar dat ze dachten dat de buitenste en de binnenste het nog wel een jaar of wat goed zouden doen. Dat scheelt weer leuk in de kosten.
Bike Center in Woerden kan ik dus kennelijk ook oprecht aanraden, mensen. Ze weten waarover ze praten (soms in tegenstelling tot de ietwat eigenwijze ondergetekende met zijn gedateerde kennis), en ze proberen je geen spullen aan te smeren die je niet nodig hebt. En in elk geval dat wat ik nodig had, ga je bij een webwinkel niet euro’s goedkoper vinden.

Ik had het hele spulletje er toch af, dus heb ik gelijk de (compleet vastzittende) derailleurs uit elkaar gesleuteld en de onderdelen in een bakje diesel schoongemaakt. Je wilt niet weten wat daar voor meuk (straatvuil, duiven, kamelenhaar) uit kwam. Maar: het enige dat ik vervangen heb zijn de geleidewieltjes in de achterderailleur. En toen ze weer met wat vet in elkaar gezet waren, liepen beide derailleurs weer als nieuw! Petje af voor meneer Shimano, en verbazingwekkend hoeveel beter dat spul geworden is sinds de jaren tachtig!

Mooi, dan kan nu de nieuwe ketting erop.
Ik houd het kort: dat nieuwe systeem van Shimano om een ketting te sluiten met een kettingpons luistert kennelijk héél nauw.
Uiteindelijk heb ik het met een Missing Link-verbindingsschakel opgelost. Okee, dat is misschien theoretisch minder sterk (dat zegt Shimano althans), maar ik trap op mijn 58e toch geen Sir Chris Hoy-achtige vermogens meer rond. Deed ik trouwens op mijn 28e ook niet – ik was meer van de souplesse en de 95 omwentelingen per minuut dan van de lompe kracht en de explosiviteit.
En ook toen ik in de jaren ‘80 nog wel eens een ketting sloot voor Joop van Rossem (met in zijn clièntele/vriendenkring onder andere Cees Bal, winnaar Ronde van Vlaanderen 1974) met zo’n verbindingsschakel, ging dat altijd goed. Dus daar ga ik nu niet over zeuren.

Met de nieuwe ketting en tandwielen erop kon ik het volgende klusje aanpakken: het afstellen van de derailleurs. Twee keer een fluitje van een cent: tien minuten later waren alle tandwielen weer bereikbaar!

Nu willen we nog kunnen remmen. De remonderdelen had ik ook al in een bakje diesel schoongemaakt, en vier nieuwe remblokjes zaten er zo in. Behalve dan dat ik één busje op de garagevloer liet vallen, en tien minuten met een werkplaats-LEDlamp bezig was om dat ding weer te vinden. Ik ga die garagevloer echt nog eens met betonverf wit kalken.
Remmen afstellen (is wat anders dan ik gewend ben met die V-brakes, maar Google is mijn vriend), beetje siliconenspray erover, en testen die hap…

Wow.
Just… wow. Het ding fietst echt als nieuw. Muisstil, ook het schakelen maakt nauwelijks geluid! Schakelt vlotjes als een nieuwe, remt als een nieuwe, rolt af als een nieuwe, en stuurt als een nieuwe.

Mooi! Technisch is ‘ie af… nu nog de cosmetica en de accessoires.

Om het stuur zat, zoals je hierboven al zag, van dat verkruimelende rubber. Dat was al deels kapot, dus daar had ik het stanleymes ingezet. Het is nu vervangen door lekker stroef, extra breed stuurlint voor een race-stuur, dat ik heb gewikkeld alsof het gewoon smal lint was. Daardoor is het stuur net zo dik geworden als toen dat schuim eromheen zat, wat ik erg prettig vind. De duct tape aan het eind van het lint ziet er uiterst professioneel uit, en houdt ook veel beter dan het bijgeleverde stickertje.
Verder heb ik de fietscomputer die op mijn desintegrerende Gazelle Orange-boodschappenfiets zat, nu op de Sparta gezet.

20160115_110951Vervolgens heeft de fiets een laatste, grondige schoonmaakbeurt gehad (er zat her en der nog wel wat diesel aan), en heb ik alle draaiende delen in de aandrijflijn van een laag siliconenspray voorzien, de nieuwe snelbinders erop geschroefd, en de fietstassen aan de bagagedrager vastgezet.

Nu alleen nog het nieuwe kettingscherm bestellen en monteren. Het oude scherm zit er nu nog op, maar dat ziet er niet uit. Het is aan de onderkant gerenoveerd met een halve rol duct tape, en zit maar op één van de drie montagepunten vast. Dus daar moet, aan eenentwintig euro of daaromtrent, echt een nieuwe op.

20160115_111254

… tadaaa! Ik ben best trots!

En dat was het.

Dan heb ik, na ca. 200 euro kosten (kettingscherm is al meegerekend) en een handjevol avonden werk, de voortreffelijke boodschappen- en tourfiets die ik al wilde hebben toen ik ‘m een jaar of zeven terug voor het eerst zag… en die ik voor 95% zelf kan onderhouden, en die mij, als er niks geks gebeurt, vermoedelijk gaat overleven. Met grote, oprechte dank aan Jaap Snijders!

Janny zei dat ik voor ongeveer datzelfde geld een tweedehands had kunnen kopen die al in orde was. Klopt bijna… ik heb er, toen ik voor het eerst naar foto’s zocht voor dit artikel, eentje zien langskomen voor €250 (die was ook al snel weg). Met de uren (ik gok een uur of twaalf) erbij gerekend was deze fiets misschien wel gewoon total-loss – ook een echte fietsenmaker, met zijn kennis up-to-date, en alle onderdelen en het juiste gereedschap zo bij de hand, was daar nog wel een middag mee bezig geweest. Maar ik vond het leuk (en leerzaam) om er zelf aan te werken, en het was me aan het hart gegaan als het ding op de schroot was gegaan.

Afgelopen vrijdagavond heb ik er even een kilometer of wat op gereden (de verlichting werkt per slot van rekening ook). Rondje om het dorp, gewoon voor het vertrouwen.
Nou… dat zit wel goed.

En zaterdag was de grote dag: de officiële ingebruikname. Ik heb er boodschappen mee gedaan – twee keer zelfs! De eerste keer omdat ik, na het legen van de kattenbak, ontdekte dat ik geen kattengrit meer had.
“Janny, ik moet NU even naar de Plus…”.
En de tweede keer om de rest van de boodschappen te halen. Ik had best veel in de fietstassen en op de drager, en waar die Gazelle dan altijd een beetje zwabberde, bleef de Argeon gewoon strak sturen.
Hij heeft zijn plekje in de fietsenschuur verdiend!

Nogmaals: dankjewel, Jaap!

Gehaktballen à la mode de Opa

Ingrediënten:

  • ca. 300g rundergehakt
  • 1 ei
  • 35 g paneermeel
  • 0,5 eetlepel grove mosterd
  • 0,5 eetlepel Zaanse mosterd (met Franse mosterd gaat het vast ook wel)
  • 1 eetlepel Ketjap Manis
  • 1/2 theelepel cayennepeper
  • naar smaak peper en eventueel zout (rustig aan met het zout, want de ketjap manis is al zout genoeg!)
  • 1 middelgrote ui
  • 1 teen knoflook
  • 1 handje verse tijm, citroentijm of bonenkruid
  • 1 takje rozemarijn

en voor het bakken en braden:

  • 1 bouillonblokje
  • nog een uitje voor in de jus (daar neem ik meestal een sjalotje voor)
  • 25 gram boter, en boter of je favoriete bak&braad om in te bakken.

Benodigdheden:

  • Mengkom
  • twee handen
  • vork
  • koksmes
  • braadpan

Bereidingstijd:

  • 15 minuten ballen maken (op je gemakje; bij Master Chef zal het in de helft van de tijd moeten)
  • 30 minuten koelkasttijd
  • 30 minuten braden

Bereiding:

Haal de tijm en de rozemarijn uit de tuin, en strip de blaadjes of naaldjes van de takjes. Hak de blaadjes en takjes fijn. Snipper de ui, en snipper de teen knoflook heel fijn.

Was nu je handen nog es; we gaan ermee aan het vlees zitten.

Donder alle ingredienten behalve het tweede uitje, de boter en het bouillonblokje in een kom (gehakt altijd onderin), en meng het goed door elkaar met de vork. Als je daarmee klaar bent, heb je een homogene massa. Draai daar zoveel ballen van als je wilt (ik haal er altijd drie behoorlijke of vier kleinere uit), Goed kneden, en daarna met draaiende bewegingen er een mooie homogene ronde bal van maken.

Als je dat wilt, kun je ze nu nog even over een laagje paneermeel rollen, maar Oma vindt dat niet lekker, dus ik doe dat niet. Je krijgt er wel sjieke ballen van.

Leg de ballen op een bord en laat ze een half uurtje opstijven in de koelkast. Langer mag ook. Doe je dat niet, dan zakken je ballen wat in elkaar bij het braden, Been there, done that.

Als de ballen opgestijfd zijn (ik denk niet dat WordFeud dat woord goed vindt), wordt het tijd om ze te braden, Snipper het tweede uitje, en kook ca 300cc water en los het bouillonblokje erin op.

Braad de ballen rondom aan in een klontje boter of je favoriete bakvloeistof op een middelhoog vuurtje. Als de ballen rondom mooi bruin zijn, doe je het klontje boter erbij en het tweede uitje, dat je nog even een beetje bruin laat worden. Dan blus je ze af met de bouillon en laat je de boel op het kleinste pitje minimaal 20 minuten pruttelen. Half uurtje mag ook, dat luistert niet zo nauw… dus als je op dat moment de piepers opzet, zit je met je timing goed,

Kerriesaus

Bereidingstijd 10-20 minuten

Ingrediënten

  • 1 ui 
  • 25 gr boter
  • 1 eetlepel kerriepoeder 
  • 25 gr bloem
  • 3 dl bouillon
  • 1 dl melk 
  • paprikapoeder

Bereidingswijze

Pel en snipper de ui. Smelt de boter in een pannetje en fruit daarin de ui en het kerriepoeder goudgeel. Voeg de bloem toe en giet er dan geleidelijk al roerend de bouillon bij tot een gladde saus ontstaat. Voeg vervolgens ook de melk toe en laat de saus 3 minuten zachtjes koken.
Breng de saus op smaak met zout en een snufje paprikapoeder.
Deze kerriesaus is lekker bij: rijst, kip, varkensvlees, gehakt, bloemkool, spruitjes, witte kool, prei, gekookte en gestoofde vis.

Ovenschotel met prei en gehakt

Ingrediënten

2 grote preien
1 rode ui
1 teentje knoflook
1 kg aardappelen
500 gr rundergehakt
1 bouillonblokje
1 eetl kerriepoeder
peper
zout
boter of olijfolie om in te bakken
klontje boter voor door de puree
scheut melk
1 ei losgeklopt
ruim paneermeel
evt. geraspte kaas

Bereiding
Schil de aardappelen en kook ze.
Snij de prei in ringetjes.
Snij de ui in halve ringen.
Verhit wat olie of boter in de pan en bak het gehakt rul.
Voeg, als het gehakt niet meer rose is, de ui toe.
Voeg de prei toe.
Strooi de kerriepoeder erover, verkruimel het bouillonblokje en voeg een beetje water toe. Maak op smaak met peper en evt zout.
Bak het geheel op matig vuur tot de prei gaar is.
Als de aardappelen gaar zijn, maak je hiervan puree: stamp ze fijn en voeg een klontje boter toe, en melk tot de juiste consistentie is bereikt. Breng op smaak met peper, zout en eventueel een beetje nootmuskaat.
Vet een ovenschotel in, stort het preimengel erin en dek af met de puree. Giet het losgeklopte ei bovenop. Strooi hier paneermeel op, en naar smaak geraspte kaas.

Zet het geheel in een voorverwarmde oven ( 180gr) en bak ong. 15 minuten, of tot het een mooi korstje heeft.

Mijn variatie:

Ik dump het bouillonblokje (en het bijbehorende beetje water) en de kerrie, en maak kerriesaus, die warm door het preimengsel gaat.