Pg1-f3! Het verhaal van een trotse opa

Eind September leerde ik Ferre (9) en Senna (12) schaken. Dat is nu vier maanden terug.
Mees (toen 6, nu 7) keek geïnteresseerd mee. Hoe geïnteresseerd? Even doorlezen dan maar…

Met de kerst kregen de heren hun eigen schaakbord en schaakstukken. Dat is dus iets meer dan een maand terug.

Inked20180203_131556_LIVandaag was er een toernooi voor basisschool-leerlingen, georganiseerd door SV Bodegraven. Daar hadden Ferre en Mees (woonachtig in Bodegraven, en uitkomend voor de Speel-en Werkhoeve) zich enthousiast voor ingeschreven.

Voor beiden was het de eerste keer dat ze tegen echte tegenstanders speelden (dus niet een opa die bij elke zet vraagt “wat is je idee daarachter?” of “vind je het wel zo’n goed idee om je dame in de lijn van mijn loper neer te zetten?”). De meerderheid van die jongens en meisjes schaakten echt al langer dan een maandje of wat.

Voor Ferre was het een leerzame ervaring. Van de zeven partijen won hij er geloof ik drie, maar van die zeven partijen raakte hij bij zes partijen, direct in de opening, al zijn dame kwijt. Ferre is heel erg van het zorgvuldig zijn eigen plan trekken, maar hij vergeet soms dat zijn tegenstander ook een plan heeft, zeg maar. Maar tijdens één van de partijen waarbij ik stond te kijken (het valt nog niet mee om, aan de zijlijn, je adviezen voor je te houden) voerde hij een heel mooie aanval uit waarbij hij zijn nadeel in vrij korte tijd weer in een materieel voordeel wist om te buigen. Als ‘ie zijn koppie erbij houdt is ‘ie heel gis!

Ik weet nu in elk geval waaraan we moeten werken met Ferre.

Mees was een verhaal apart. Mees gaat er vanaf de eerste zet al met gestrekt been in, en er zit verrassend veel precisie in dat gestrekte been. Hij vindt het slaan van stukken net zo leuk als een tegenstander mat zetten. Tijdens één van de twee potjes die hij verloor, kwam hem dat duur te staan: mat in vier zetten. Maar het andere potje dat ‘ie verloor had de tegenstander best wel een zware dobber aan hem, en bij de overige vijf vrat ‘ie zijn tegenstander (en het materieel) met huid en haar op. Bij één van de partijen zag ik hem met twee torens, een paard en een loper de in blinde paniek geraakte koning van de tegenstander (die alleen nog maar gezelschap had van vier pionnen) over het bord jagen.

Ik heb het niet getimed, maar volgens mij duurden de partijen twintig minuten. Na twintig minuten kwamen er dan officials van SV Bodegraven bij de borden kijken, om een winnaar op punten uit te roepen… tenzij de partij al eerder in een KO waren geëindigd. Wat Ferre één keer is gelukt, ook weer met een verrassend goede aanval waarvan de tegenstander erg beteuterd moest kijken.

Aan het eind van de dag bleek dat Mees als derde was geëindigd in zijn leeftijdscategorie (en ja, er waren er beslist meer dan zeven in die categorie)!
Wat wel grappig was, is dat Mees (in de gebloemde sweater op de foto’s) z’n tegenstanders allemaal een halve kop kleiner zijn… waardoor het lijkt alsof ‘ie tegen veel jongere tegenstanders uitkomt, maar dat is toch echt niet het geval. Wie Mees z’n vader weleens gezien heeft, weet hoe dat komt.

Lang verhaal kort: opa vindt dat beide heren het veel beter gedaan hebben dan je mag verwachten van twee jongens die vier maanden geleden niet eens wisten wat een loper wel en niet mag, en die pas vijf weken een eigen schaakbord hebben. En het is opa nu ook duidelijk waar we aan moeten werken… en dat het geen vijf jaar gaat duren voordat opa door om het even welke van de twee hij van het bord af gejaagd wordt! Glimlach