Kamperen voor oma’s en opa’s – slot

Dit stukje schrijf ik als we op de camping bij Epen aan het bijkomen zijn van vier dagen kamperen met drie kleinkinderen: Senna (zeven), zijn zus Arwen (bijna zes), en hun neefje Ferre (vier).

Donderdag werd een actieve dag. Arwen was in eerste instantie niet in een actieve bui… elke poging haar wakker te krijgen werd volkomen genegeerd. Ze bleef doen alsof ze sliep, kneep haar ogen steeds stijver dicht om ons toch echt te laten geloven dat ze ons niet hoorde, en pas tegen elven was er beweging in te krijgen.

Toen hadden we natuurlijk allang ontbeten, en er was voor haar nog een donut over. Die donut had een kleur die haar niet aanstond. Toen we haar erop wezen dat ze dan maar eerder haar bed uit had moeten komen, dan had ze wat te kiezen gehad, barstte ze theatraal in tranen uit.
Een kort onderhoud, waarin we te kennen gaven dat, als ze het niet leuk vond om met opa en oma te gaan kamperen, opa en oma het ook niet leuk vonden, en dat het voor alle betrokken partijen beter zou zijn als ze de volgende keer dan maar niet meeging, bracht een verandering in haar houding teweeg.

Toen dat achter de rug was, konden we vertrekken naar het altijd bruisende gistende Dorestad (Wijk bij Duurstede). Op het gemeentehuis lag voor Opa een nieuw rijbewijs klaar (het oude was bijna op), en daartegenover was een Albert Heijn alwaar melk, spek en stroop voor de pannekoeken te koop was. Oma had de kinderen intussen meegenomen naar Intertoys (al sedert jaar en dag bij ons bekend als “de olifantenwinkel”), waar de kleinkinderen elk een cadeautje gingen uitzoeken voor Ferre’s broertje Mees van bijna twee, en ook maar gelijk een kleinigheidje voor zichzelf.

Daarna bezochten we nog een plaatselijke viswinkel om een pond kibbeling te scoren, en vervolgens terug naar de camping om die kibbeling op te eten.

Na de lunch gingen de kinderen met hun nieuwe speelgoed naar de “speeltuin” (een paar speeltoestellen aan de rand van het veldje waar we stonden), en ging opa zich onledig houden met het in het bos verbergen van een schat (voor elk een verrekijker), en het maken van een schatkaart.

Als je kinderen of kleinkinderen hebt van een jaar of, zeg, zeven, kan ik dat beslist aanraden.

Met behulp van een GPS-tracker (in dit geval een Android app op mijn telefoon) was de basis van de kaart zo gemaakt. Ik hoefde de route alleen nog maar over te tekenen op een vel A4, en te voorzien van aansprekende plaatjes en de nodige aanwijzigen, zoals legenda, een kompasroos en een schaal die aangaf hoe groot een stukje van 100 meter op de kaart was.

Vervolgens rolde ik het velletje A4 op, en brandde ik er met een aansteker een authentiek verbrand randje aan. Touwtje eromheen en voilá: een volstrekt geloofwaardige schatkaart. Ik had er even een foto van moeten maken natuurlijk.

Vervolgens liet ik Oma de schatkaart vinden, en de kinderen stortten zich erop. Na wat foute aannames over waar we zelf zaten (nee, er stond geen U Bevindt Zich Hier op) legde ik ze uit hoe het in mekaar stak. Kijk… hier zie je een autoweg op de kaart. Die zit aan de onderkant… kijk maar naar de windroos… die is dus ten zuiden van ons. Kijk eens, met je kompas in je hand, naar het zuiden… zo ja… zou dat die weg zijn waarover we gekomen zijn?
(ja dus)
Okee. Kijk… dit streepje is 100 meter. Laten we eens kijken hoeveel keer dat streepje tussen… laten we zeggen, deze kruising zit met dat toiletgebouw?
(ongeveer driehonderd meter)
Okee… en die flauwe bocht op de kaart, zie je die in het echt ook?
(ja)
Okee, waar zitten we dan nu?
(Senna en Arwen wijzen allebei de correcte plaats op de kaart aan).
Mooi. Laten we dan eerst maar eens naar die kruising hier lopen, en dan kijken welke kant we op moeten.

Senna wil ons eerst in noordelijke richting sturen. Ik laat hem zien dat op de kaart de weg in oostelijke richting loopt (kijk maar naar de windroos), en als hij nog eens op zijn kompas kijkt, ziet ‘ie dat het niet klopt, en wijst hij de juiste kant op. Als de weg die we dan nemen blijkt te kloppen met de kaart (er staan huizen en bomen aan de noordkant van de weg), bevestigt dat voor hem dat we de juiste kant op lopen.

Arwen is de eerste die door heeft dat het tweede toiletgebouwtje op de kaart er ook in het echt staat, dus nu weten we zeker dat we goed zitten.

Even verderop buigt er een bospad van de weg af… en volgens de kaart moeten we dat bospad nemen, en vinden we langs dat pad de locatie van de schat. De flauwe bocht naar links komen we ook in het echt tegen, en even verderop is een kruising. Volgens de kaart moeten we het pad in noordelijke richting volgen. Senna wil ons deze keer in zuidelijke richting sturen, maar hij komt er al snel achter dat dat ‘m niet wordt.

Nu dient het volgende probleem zich aan… hoe ver moeten we dat pad aflopen?

Met een kartonnetje bepalen we hoe ver het ongeveer moet zijn… volgens Senna is dat ongeveer vijftig meter (en dat klopt). Dus… “als Opa een grote stap neemt, is dat een meter… dus gaan jullie Opa’s stappen maar tellen.”

Na vijftig stappen (op het laatste stuk werden de stappen iets kleiner) staan we precies naast de boom waarachter Opa, onder de bladeren van een varen, de schat (een plastic tasje met daarop een briefje met piratenschedels en knekels en de namen van de kinderen, en daarin de drie verrekijkers) verstopt heeft. De kinderen lopen veel tever het bos in, dus wijzen we ze nog eens op het feit dat volgens de kaart de schat vlak naast het pad moet liggen.

Na een paar minuten zoeken heeft Senna de schat gevonden, en hij houdt ‘m triomfantelijk omhoog.

We laten ons door de kinderen terugbrengen naar de tent (zij hebben per slot van rekening een kompas en de kaart), en dat gaat in één keer goed.

Dat Ferre diezelfde dag nog zijn verrekijker laat slingeren en niet meer terug vindt is een ander verhaal. Hij nam dat overigens zo verrassend goed op dat we zaterdag een nieuwe voor ‘m hebben gekocht.

De pannekoeken (Opa snapt waar het woord pannekoek vandaan komt, en weigert dat dus categorisch met een tussen-N te schrijven) vielen nog bijna in het water, omdat Oma de pannekoekenmix vergeten was. Gelukkig was Albert Heijn dichtbij.

Hier gaan we het wel even volhouden

Janny en ik hebben nog een week vakantie. Na het kampeerweekje met de kleinkinderen dachten we, laten we er ook nog een weekje met z’n tweeën op uittrekken.

Normaliter zijn we meer van de rondtrek-kampeervakanties, maar een weekje is daar wat kort voor. De komende week slaan we onze tenten op (letterlijk) op de grens tussen Limburg en België, in de heuvels rondom het Geuldal.

Hier gaan we het wel volhouden. Dit is het uitzicht vanuit onze voortent, met rechts Kasteel Beusdael. Aan de andere kant van de haag ben je in België.

We hebben vanmiddag even een minuut of twintig regen gehad, maar nu is het heel lief weer. Zonnetje, windje, graadje of drieentwintig, gok ik.

Oh ja… het is op deze camping om vijf uur ‘s middags stiller dan op de camping in Doorn om half twee ‘s nachts. J

Kamperen voor oma’s en opa’s deel 2

Opa was gisteren, zoals te doen gebruikelijk, als eerste wakker. Sterker nog, de enige levende zielen die ik zag toen ik naar de wasruimte ging, waren vogels.
Dat bleef zo tot na de tweede ban koffie, en alleen omdat ik toen mijn lieftallige echtgenote wekte met een kopje koffie.

Mijn eerste missie gisteren was het thuis ophalen van haar camera, en daarna een pak melk en een ontbijtkoek scoren bij AH. Thuis trof ik een Sennapoes die door het dolle heen werd toen ‘ie me zag komen, dus die mocht even een knuffel en op schoot. De camera van mijn vrouw trof ik er echter niet aan.

Dat bleek te kloppen. Eén van mijn stellingen is dat het Universum niet alleen in een damestas past, maar dat het er doorgaans ook in zít. Zo ook deze keer, bleek bij nader inzien. Maak het verhaaltje zelf af en kleur de plaatjes. Na een queeste door deep space had Oma haar camera weer.

Het was al bijtijds lekker warm, dus na het ontbijt en de koffie gingen we met de kinderen richting het zwembad. Dat zwembad had duidelijk geen dekking voor de leeftijdsgroep van onze kleinkinderen: in het kikkerbadje werden hun knieën nog niet eens nat, en in het grote zwembad gingen ze meer dan kopje onder. Goeie raad is duur… dan toch maar, uitgerust met een arsenaal aan drijfmiddelen, samen met opa, één voor één in het grote zwembad.

Haha. Eén voor één, zei opa. Hihi.

Dat opa niet genoeg handen en ogen heeft om drie kleinkinderen tegelijk in de gaten (en indien nodig boven water) te houden… ja hoor es, dat zijn van die technische details waar je je als kleinkind niet mee hoeft te vermoeien. Geronimoooo… driewerf plons.

Gelukkig was Oma ook nog in de buurt. Die vindt het water weliswaar te koud, maar als er wat misgaat kan ze er evengoed in.

Over het algemeen konden ze zich, ondanks het feit dat zwemles er op school tegenwoordig niet meer bij hoort, toch aardig redden. Senna en Arwen zwemmen op z’n hondjes. Ferre probeert het wel met een schoolslag, met als resultaat dat ‘ie wel het hoofd boven water blijft, maar vooruit komen is er niet bij. Maar als je er af en toe een duwtje tegen geeft is het toch leuk.

Maar het leukste is toch om vanaf de kant in het water te springen en dat opa je dan opvangt.

Onee, het is nog leuker om vlak achter elkaar bovenop opa te springen, als ‘ie het niet in de gaten heeft.

Kortom, het was leuk. En de nieuwe zwembrilletjes waren natuurlijk ook heel cool.

‘s Avonds kwamen de pappa en mamma van Senna en Arwen (dat wisten we), en de pappa van Ferre (dàt wist Ferre niet!). Met z’n allen bij de tent een patatje gegeten, dat we in ploegendienst hadden verworven (totale wachttijd: een vol uur, dus we hebben om beurten in de rij gestaan).

Aan het eind van de dag bleef de verwachte afstraffing met veel regen en onweer uit. Het heeft wel wat geregend, maar niks geks, en we hebben het geloof ik twee keer in de verte horen rommelen.

O ja: de buren waren aanmerkelijk stiller dan gisteravond! J

Vanmorgen (het is nu 2 augustus, even voor achten) is het heel vriendelijk weer. Half bewolkt, t-shirtjes-temperatuur. Vandaag gaan we naar het mondaine en bruisende (of was het nou gistende?) Dorestad. Boodschapjes doen, nog even naar de speelgoedwinkel om met z’n allen een cadeautje voor Mees (Ferre’s broer van 21 maanden) uit te zoeken, en opa’s rijbewijs ligt daar ook klaar, dus dat kan opa dan gelijk even ophalen als ‘ie vrij is.