Kamperen met kleinkinderen

Tijdens de eerste (halve) dag zijn er af en toe momenten dat ik me afvraag “hoe ga ik dit nog drie dagen volhouden?”, maar al met al is het toch best leuk.

Rond een uur of één waren we op de camping. Het duurde ongebruikelijk lang voordat we de tent hadden staan, deels omdat de grond hier erg ongelijk is, en we dus wat moeite hadden met afspannen, deels omdat we wat ruzie hadden met één van de ritsen… en niet in de laatste plaats omdat ons koppel op een zeker moment in conflict was geraakt met de kinderen van het belendende perceel. Er moest even wat bemiddelingswerk worden verricht om de vrede te herstellen.

Na een boterhammetje en een korte wandeling (door Oma en de kinderen) en wat opruim- en organiseerwerk (van Opa), was het tijd voor de kinderen om in de speeltoestellen te klimmen, jeu de boules te spelen, en (tijdens een regenpauze) binnen te hobby’en met speel-en-leer-boeken die Oma had meegenomen.

Het weer werkte hier vandaag niet geweldig mee, maar echt beroerd was het ook niet. Het heeft drie keer kort geregend en de temperatuur was met een sweater aan prima.

Rond een uur of half zes (kan een half uurtje schelen, ik let niet zo op de tijd, merk ik) had Oma het avondeten op tafel: macaroni, die er uiteindelijk, na wat initiële strubbelingen omdat Arwen de kip, die er helemaal niet in zat, niet lustte, toch bij iedereen prima in ging.

Het toetje leidde tot een ongebruikelijk ritueel: omdat we niet voldoende schaaltjes bij ons hadden, zette Oma de twee bakjes met chocolademousse en hazelnootmousse gewoon open op tafel. Iedereen kreeg een lepel, en we mochten om beurten een hap uit een beker naar keuze nemen. Gelukkig was Opa nogal dol op de chocolademousse, want de hazelnootmousse was duidelijk populair. Uiteindelijk waren beide bekers toch ongeveer tegelijk leeg.

Na de maaltijd hadden Senna en Arwen een primeur: afwassen! Senna deed de afwas, en Arwen leerde van Oma afdrogen. Ferre stond er met belangstelling naar te kijken, en hield zich onledig met het aangeven van de vuile vaat.

Na het opruimen van de vaten en het uitdelen van de knijpkatten werd het zo langzaamaan bedtijd. Ze wilden er alle drie graag in… slapen in een tent blijft een avontuur, zeker als je net een nieuwe zaklamp hebt gekregen natuurlijk. 😉

Nadat ze nog een minuut of twintig lol getrapt hadden in hun aanleuntentje, kwam Oma nog even een stukje voorlezen. Niet uit Koen Kampioen, want die ligt nog bij pappa en mamma op tafel, dus dan maar uit het Oma en Opa-voorleesboek, dat Oma wel had meegenomen :-p

Daarna was het lampjes uit en slapen, aldus de autoriteiten, en het benodigde aantal dreigementen tot het in beslag nemen van zaklampjes die toch echt vanzelf aangingen viel eigenlijk best mee. Sterker nog, een half uurtje of zo later keken we elkaar aan en zeiden “goh… volgens mij zijn ze nu toch echt vertrokken”.

Qua rust valt deze camping niet mee. Naast ons staan twee stellen waarvan één der vrouwen tegen een van de mannen zei “stil joh, er liggen hiernaast kinderen te slapen”, waarop die man zei “nou èn? Ik heb ook vakantie!”

Ik zal er morgenochtend als ik wakker word rekening mee houden. Ik zit eraan te denken om wat oud brood te verkruimelen en op het dak van z’n tent te strooien. Ha. Vogels zat hier.

Ik sta er elke keer weer van te kijken hoe georganiseerd ik ben als ik op vakantie ga. Ik ben tijdens de voorbereiding zo ongeveer getrouwd met mijn paklijst, en vink alle items af. Alles heeft een logische vaste plek, waar bij het kiezen ervan is nagedacht over wanneer je het nodig zou kunnen hebben, en waarvoor het bedoeld is. De branddeken ligt in de keuken, direct onder het kookstelletje, en zo dat je er, wanneer er bij het koken iets mis gaat, je ‘m in één handomdraai kunt pakken. De brandblusser ligt in de auto, zodat je, als de vouwwagen in de fik gaat, niet de brandende tent in hoeft om erbij te komen. Maar ook de lucifers en de koffiefilters en de telefoonladers en het zout en mijn zoetjes kan ik zonder mis te grijpen vinden.

Ik ben ook thuis helemaal niet zo van het opruimen (behalve in de keuken, ik snap ook niet hoe dat komt), maar tijdens het kamperen neemt het af en toe bijna dwangmatige vormen aan. Maar ik kan wel altijd alles bijna direct vinden (of dat zo blijft als je met drie kleinkinderen gaat kamperen ga ik nog merken, haha).

Janny daarentegen heeft geen paklijst. Ze wist niet waar ze haar medicijnen had gestopt… die bleken uiteindelijk in de handdoekentas te zitten (natuurlijk!… goeie hemel, dat ik dáár zelf niet opgekomen was!)

Ze weet wel waar haar camera is.

Thuis.

Nou is dat hier ook weer niet zover vandaan, dus als ik morgen boodschappen ga doen, haal ik die gelijk wel even op. Is maar 20 kilometer om. Kan ik gelijk nog even de kat knuffelen.
Vlakbij huis kamperen heeft ook z’n voordelen, en de kleinkinderen merken er niks van.

Leave a Reply